NL FR EN
22-09-2010

Het schots weekend in Alden Biezen

Dit jaar vond het Schots Weekend voor de 25e keer plaats. Het ging door in en rond het mooie kasteeldomein van Alden Biezen bij Bilzen in Limburg. Reden te meer dus om er een zeer feestelijke editie van te maken, met niet alleen een hoop Schotse specialiteiten zoals een doedelzakcompetitie, een uitgebreide Schotse markt, stoere highlandgames en een setdancing contest, maar ook met een folkfestival met een zéér aantrekkelijke muziekaffiche.

Dus haastten we ons naar het grote podium om KADRIL te zien. Kadril bracht een stevige set en liet goed aanvoelen dat ze er, na een wat rustigere periode, weer helemaal zin in hebben om de krachtige folkrocktoer op te gaan. Niet onbelangrijk daarin is de rol van de nieuwe Kadrilzangeres Karla Verlie. Zij kwam via het filmproject ‘That’s all folks’ bij Kadril terecht en toen de jonge Mariken Boussemaere het voor bekeken hield, nam zij tijdelijk de honeurs waar. Of is ze intussen definitief de nieuwe Kadrilzangeres? Karla (zie foto van Erik Olaerts) is een potige dame die wat ouder is dan Mariken en Eva, maar ze heeft meer dan de nodige présence om als frontvrouw op te treden. Het soort vrouw met ballen dat een bende mannen als die van Kadril onder de knoet kan houden als je’t mij vraagt… Van opleiding is Karla klassiek pianiste, maar ze is vooral een voortreffelijke zangeres met een stevige stem. Eerder zong ze bij ORQUESTRA TANGUEDIA en bij PAPILLON (een groep van Gwen Cresens) in het Spaans en het Frans, 2 talen die haar zeer goed afgaan. Maar ook in het Nederlands is Karla goed verstaanbaar en stevig doorklinkend. Al moet natuurlijk gezegd worden dat ook de gebroeders Libbrecht goede zangers zijn. We kregen een bloemlezing uit het Kadrilrepertoire. Muzikaal klonk het allemaal zeer gesmeerd, maar wel snoeihard, veel te luid. Dat lag niet aan Kadril maar aan de geluidsmannen van die avond.

Stella Hofstraeten
Folkroddels
Filmmuziekprogramma ‘That’s All Folk’ door een versterkt KADRIL in CC Gildhof te Tielt op vrijdag 5 maart 2010. 09-03-2010

Uiteindelijk zijn we er dan toch nog geraakt: in CC Gildhof te Tielt zagen we op vrijdag 5 maart de op drie na laatste uitvoering van ‘That’s All Folk’, programma met filmmuziek, als het effe kan met een folkconnotatie, samengesteld voor het Filmfestival van Gent 2008, op aansporen van Marianne Ponnet. We hadden al de ‘Mariage’ toer gemist. Door het vertrek van Marike Boussemaere heeft dat niet lang gelopen. En dat noemt zich ‘trouwe Kadril fans’!
Er is voor 2011 een herneming van ‘That’s All Folk’ beloofd, maar of dit met hetzelfde of een (enigszins) ander programma is, is niet duidelijk. Voor ons hoeft het geen andere invulling te krijgen: we gaan zo al opnieuw kijken. Voor ons hoeven ook de filmbeelden niet weggelaten te worden. Sommige mensen vinden het een afleiding van de muziek en van wat er zich op toneel afspeelt.
Voor een bespreking is het rijkelijk laat. U kan op de site van Kadril overigens alles weervinden: alle tweehonderd drieënnegentig muzikanten van Kadril, die zich op het podium verdringen tussen de horden instrumenten, de speciale medewerkers aan deze toer, uiteraard iets meer uitgediept, het uitgelezen repertoire en de films waaruit ze komen.
Maar we zitten niet in het pikdonker achteraf volstrekt onleesbare nota’s neer te pennen (onze kennis van Egyptische hiërogliefen en van Damaskenerschrift komt goed van pas) om ze helemaal ongebruikt te laten. Dus toch deze opmerkingen.
Karla Verlie en David Donegan, alias Diathi (zeg: Da’chi) Rua kwijten zich op meer dan verdienstelijke wijze van hun zangtaak. Karla excelleert onder anderen in ‘La Bruja’, ‘De Heks’ uit de prent over Frida Kahlo (‘Mijn moment de gloire!’) Daithi zingt hét kippenvelmoment van de hele (en lange avond), namelijk ‘The Long Road’ uit ‘Dead Man Walking’: de schitterende zang wordt in dit geval ondersteund door de pakkende beelden van de terechtstelling. Deze jongen was daar even niet goed van. En ‘Falling Slowly’ van The Frames, gebruikt voor ‘Once’, is gewoonweg één van onze meest geliefde songs aller tijden.µ van één van onze meest geliefde bands aller tijden. Daithi blonk ook uit in ‘The Long Journey Home’ van Elvis Costello & The Chieftains. Als Ier is hij met die problematiek van de emigratie naar de States per definitie betrokken, al is het indirect.
Er is nog een grote zangprestatie,voor ons de verrassing van de avond. Harlind Libbrecht liet even mandoline en dulcimer voor wat ze waren en bleek eigenaar van een fraaie en toonvaste stem. Karla en Harlind brengen samen ‘Flores del Alma’ uit ‘Tango’ (Carlos Saura) en hoe ze erin slagen die Spaanse spraakwaterval zonder struikelen of aarzelen te brengen, is ons een raadsel.
Natuurlijk heb je dan zo’n band achter je en dan spreekt de trouwe fan in ons. Dat het eerste deel uit eerder kalme stukken bestond, vond een enkeling van het goeie te veel, maar wij ontdekten haast een ‘nieuwe’ Kadril (hoewel… Denk eens aan hun schitterende vertolking indertijd van bvb. ‘I Still Dream’ van Richard Thompson…), vaak ondersteund door de uitstekende strijkers (Gisela Cammaert viool, Marijn Thissen, altviool, Hélène Viratelle, cello) en de harpiste Emma Coopman. Tom Waits’ ‘Innocent When You Dream’ (met Peter Libbrecht op de Strohviool), The Chieftains’ ‘Women Of Ireland’ (uit ‘Barry Lyndon’), het thema van ‘Local Hero’ (Mark Knopfler), allemaal even geslaagd.
Als het up tempo gaat, dan is Kadril inderdaad altijd op zijn best: ‘Black Cat White Cat’ kwam eruit gespat, volledig in de geest van het origineel uit de gelijknamige prent van Emir Kusturica. Overigens complimenten voor wie zo’n meute in balans moet brengen en versterken (er zijn voor minder medailles uitgereikt): vooral het eerste deel kwam er zeer goed uit.
Ook de ‘bijverdienste’ van Kadril, Trommelfluit (zie www.trommelfluit.org), ontbrak niet met een al te korte demonstratie van fijfers en tro, in ‘British Grenadiers’ uit ‘Barry Lyndon’ van Stanley Kubrick.
Applaus tevens voor de keuze: songs als ‘Grey In LA’ (Loudon Wainwright III), I’m A Good Old Rebel (uit ‘The Long Riders’ van Ry Cooder) en ‘Piensa en mi’ (uit ‘Tacones Lejanos’ van Pedro Almodovar) wijzen op een goeie muziek- en filmkennis.
Dat Bob Dylan niet ontbrak met ‘It Ain’t Me Babe’ en met het meezingmoment in de bissen ‘Knocking On Heaven’s Door’ is een vaststelling die we bij vier op de vijf concerten moeten maken. Zou er dan toch iets speciaals zijn aan de kleine uit Duluth, Minnesota?!
Ander meezingmoment, aan het eind van het eerste deel, van en voor iemand die dat dubbel en dik verdient: ‘Ik wil deze nacht in de straten verdwalen’. Hard meegebruld in twee landstalen, maar… Even heb ik de Wannes heel hard gemist.

Antoine Légat worldpress.com

 
Concerten Zomer 2010: GOOIKOORTS, starring AMORROMA, GRIEBO, KADRIL akoestisch op zondag 4 juli 2010. 16-08-2010

...
KADRIL akoestisch, het is een goed idee. Wel vreemd om de band te zien, zonder Hans Quaghebeur (na de ‘That’s All Folk’ toer weg uit de band), elektrisch gitarist Dirk Verhegge en drummer Philippe Mobers, ja, en ook zonder gastzanger Daithi Rua, maar wel met gastzangeres Karla Verlie. Het werd een loopbaanoverzicht, in de mate zulks mogelijk is voor een formatie die 35 jaar bestaat. De nadruk bleef wel liggen op de ‘That’s All Folk’ repertoire, maar dat zit er nu eenmaal goed in (volgend jaar komt er weer een vervolg) en het biedt Karla de kans om vocaal uit te pakken. Het duet met Harlind Libbrecht in ‘Flores de Alma’ (uit de prachtige soundtrack van ‘Tango’ vanCarlos Saura) is en blijft een merkwaardig stukje tongacrobatie: hoe ze de woordenvloed eruit geperst krijgen, is ons een raadsel. Het kon niet stuk met oude favorieten als ‘Vogel in de Muite’ en ‘Zeemans Daele’, een ode aan Nederlandse pendant FUNGUS in de vorm van ‘Lief Betje’, het door Harlind gepende en Karla gezongen ‘Venus’, en zelfs ‘Grey In LA’: het doet altijd deugd onze lievelingssinger-songwriter Loudon Wainwright III zo ‘gecoverd’ te horen. De heren en dame bisten in schoonheid met, jawel, ‘Schoonheid’. Altijd gemakkelijk als de groep zelf het concert kernachtig samenvat!

Antoine Légat

02-12-2009
Films kijken met Kadril
ASSE - Vlaanderens eerste folkband Kadril trekt op tournee met een fijne selectie filmmuziek, virtuoos naar eigen hand gezet.
Van onze redacteur

Filmmuziek is altijd een beetje de slaaf van de beeldtaal geweest. Schaars zijn de films waarin de muziek eerste viool mag spelen, en nog schaarser de films waarin een regisseur de componist van in het begin gelijkwaardige rechten geeft.

Het filmfestival van Gent is in de wereld bekend én uitzonderlijk omdat het filmmuziek een erepodium geeft. Zo vroeg het vorig jaar aan de folkband Kadril om een concert te spelen van filmmuziek, naar eigen smaak en kunnen gearrangeerd. Een succes.

Een jaar later trekt Kadril met dat project op tournee. Op het podium van het CC Den Horinck in Asse zagen we véél instrumenten. Doedelzakken, accordeons, gitaren en violen zusterlijk naast exotische specimen als een bodhran, een koboz en een ‘strohviool'. Geen enkele Vlaamse band beheerst zo'n breed palet.

Dat was ook de grote kracht. Kadril is in de grond geen commerciële groep. De leden zijn goeie muzikanten en arrangeurs die al vele jaren samenspelen. Ze hebben een eigen publiek, doen geen trendy toegevingen, en denken in de eerste plaats vanuit muzikale harmonie.

In twee delen passeerden bijna dertig stukken filmmuziek. Grotendeels vocaal, soms instrumentaal. Dat er wat Ierse muziek bij zat, was te voorspellen, want dat is Kadrils moedermelk. De uitstappen naar de Balkan en vooral de Mediterraanse muziek waren relatief nieuw voor hen.

Het was een troef dat Karla Verlie de groep sinds kort vervoegd heeft. Verlie beheerst genres als de tango perfect en schitterde in stukken als ‘Piensa En Mi' en ‘Flores del Alma', uit films van respectievelijk Pedro Almodóvar en Carlos Saura. In ‘La Bruja' (uit Frida) wás ze bijna de film zelf. In Engelse songs klonk ze minder ervaren.

De Ierse zanger, Daithi Rua (rooie David), zong het Anglo-Ierse repertoire wat plechtig. Rhua is een vrij klassieke singer-songwriter uit de Ierse County Offaly, die in België woont. In ‘Falling slowly' voelde hij zich thuis, en met nog elektrische gitaar erbij in ‘Minstrel Boy' klopte het plaatje, al mag Rua niet te statisch acteren.

Maar geen filmmuziek zonder film. Op een scherm worden filmbeelden getoond – niet altijd even synchroon, maar dat wordt hopelijk verholpen – en die voegden een dimensie toe. ‘British grenadiers' uit Barry Lyndon, met drie fluitjes en een tamboer, had die beelden van zinloos marcherende soldaten nodig. En ‘The long road' uit Dead Man Walking was aangrijpend, door de beelden en de hoge voordracht van Rua.

Op het einde was de groep genoeg ingespeeld om de teugels wat los te laten. Peter Libbrecht liet zich even gaan op Goran Bregovic' Black Cat White Cat, en toen de hele groep vrolijk loos ging in een folkversie van ‘Two hornpipes' uit Pirates of the Carribean, was het ook feest in de zaal. Dat zou wat vroeger mogen.

Mooi project, dat de bezoekers een heleboel mooie filmfragmenten in herinnering brengt en Kadril bevestigt als een van onze rijkste muziekarsenalen.

Kadril, That's all folk. Gehoord in CC Den Horinck te Asse op 9/10. Nog in Eeklo (5/12), in Beveren (11/12), in Hasselt (18/12) en Dendermonde (19/12). Ook volgend jaar op tournee.

www.garifuna.be

© Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV

Persreacties Nekka 2006
18-04-2006
‘Kadril is een doorgeefluik’

Hoe belangrijk is Kadril voor de Vlaamse folk? Héél belangrijk, menen nogal wat mensen die met de groep de affiche delen op de Nekka-Nacht.

VOOR Herman De Wit van 't Kliekske zijn de mensen van Kadril in de eerste plaats heel goede vrienden, zegt hij. ,,Maar het zijn natuurlijk ook goede muzikanten. ,,In de Vlaamse folkscene is Kadril een van de meest toonaangevende groepen. Kadril treedt ook regelmatig op in culturele centra, wat voor vele folkgroepen niet vanzelfsprekend is. En ze slagen erin om veel jongeren te bereiken.''

,,De bron van de muziek die 't Kliekse en Kadril brengen is dezelfde. Het is Vlaamse volksmuziek van honderd, tweehonderd of driehonderd jaar geleden, maar wat we met die muziek doen is anders. 't Kliekske brengt die muziek op een authentieke manier met traditionele instrumenten (doedelzak, draailier, schalmei), terwijl Kadril de muziek vanuit een hedendaags standpunt benadert en zowel moderne (accordeon, synthesizer, elektrische bassen) als traditionele instrumenten gebruikt.''

,,Kadril heeft voor ons ontzettend veel betekend'', zegt Jorunn Bauweraerts van Laïs . ,,Zij hebben ons twaalf jaar geleden ontdekt. Zij hebben ons gestimuleerd en dankzij hen konden we ook vlug op goede podia staan, waardoor we snel bekend zijn geworden. Patrick Riguelle heeft ons ook de muziekwereld leren kennen én hij leerde ons voor optredens een pint te drinken om onze zenuwen te bedwingen.'' Het belang van Kadril voor de Vlaamse folkscene is voor haar duidelijk. ,,In de jaren zeventig was er vooral traditionele folk. Op een gegeven moment is er een breuk gekomen, mede door Kadril dat met Patrick Riguelle als zanger folkrock begon te spelen.''

Yves Barbieux van Urban Trad , de groep die naamsbekendheid verwierf door een tweede plaats te veroveren op het Eurovisiesongfestival, noemt Kadril ,,de basis van de Vlaamse folkmuziek''. ,,Ik ken Kadril al heel lang'', vertelt Barbieux. ,,Zij zijn de eersten die met drums begonnen te werken.'' Barbieux nuanceert de vele vergelijkingen die tussen Kadril en Urban Trad gemaakt worden. ,,De muziek van Kadril beschouw ik toch vooral als rock, terwijl ik die van Urban Trad zou omschrijven als 21ste-eeuwse Europese folkmuziek.''

Ook Thé Lau , de vroegere frontman van The Scene maar nu solo, is onder de indruk van Kadril. ,,Ik kan moeilijk beoordelen wat Kadril voor de Vlaamse folkscene betekent, maar ik heb deze week met ze gerepeteerd en ik vind de groep muzikaal erg interessant. Het is verschillend van wat ik doe, maar ik vind de muziek van Kadril een mooie mengeling van elektronica en stokoude instrumenten. Op de Nekka-Nacht breng ik samen met hen vier van mijn eigen nummers, onder meer ,,Wees welkom'' en ,,God van Nederland.''

Patrick Riguelle was vroeger de zanger van Kadril, met hem begon de groep folkrock te spelen. In 1997 verliet Riguelle Kadril en maakte hij plaats voor Eva De Roovere die op haar beurt in 2004 een solocarrière begon. Nu is Mariken Boussemaere de frontvrouw van Kadril. ,,Kadril is de pionier van de elektronische folk'', zegt Riguelle. ,,De evolutie die de groep doorgemaakt heeft, vind ik zeer goed. Kadril is een doorgeefluik: de groep trekt jong talent aan en gooit het dan weer op de markt.''

Mijn beste herinnering aan mijn tijd met Kadril? ,,Goh, dat is moeilijk. Ik heb me negen jaar ongelooflijk geamuseerd met Kadril en onthoud vooral de camaraderie . Als ik er dan toch één moment moet uitpikken, dan is het Skagenfestival in Denemarken een fantastische herinnering. Het was een driedaags bacchanaal samen met Luc De Vos - voor wat ik me er nog van herinner. ( lacht )

Griet Redant

© Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV

24-04-2006, p.23

Gastvrij folkfeest met vrienden en doedelzakken
OPVALLEND JONG PUBLIEK VOOR FOLKY NEKKA-NACHT


Concert. Je mag er zoveel doedelzakken tegenaan gooien als je wilt, in het Sportpaleis heb je technologische power nodig. Dat moest ook het folkfeestje van Kadril ervaren.

DE jaarlijkse hoogmis van het Nederlandstalige lied had dit jaar voor een folkperspectief gekozen. De centrale gast die het programma bepaalt en de andere gasten uitnodigt, was Kadril. Dat is de band die folk in de jaren tachtig liet overleven en het genre in de jaren negentig verder actualiseerde, onder meer door Laïs te lanceren, maar ook met knappe eigen platen.

Zoals elk jaar was het de vraag hoe een intiem genre als folk zich zou manifesteren in die grote bunker die het Sportpaleis is. In het verleden poogden velen de ruimte te overwinnen met grootse decors, audiovisueel geweld, snel wisselende acts. Herman van Veen probeerde vorig jaar, vrij succesvol, het omgekeerde: hij koos voor een nooit gehoorde intimiteit.

Kadril zocht het met zijn aanpak ergens tussenin en oogstte daardoor een resultaat dat ergens tussenin lag.

De band die de ruimte het best vulde, was Urban Trad. Die had niet meer volk meegebracht, maar wel een sterke sound en een duidelijke, eigentijdse aanpak: krachtige ritmesectie, enthousiaste zang, goed gebruik van eigentijdse stijlkenmerken, en toen daar nog een breed lachende N'Faly Kouyate bij kwam rappen, ging het opvallend jonge publiek wat graag uit de bol.

Dat publiek was in het begin van de avond al opgewarmd om te gaan volksdansen. Nekka besloot dit jaar immers met een ,,boombal'', een volksdansbal met livemuziek. Boombals zijn al enkele jaren op kleinschalige basis in het Gentse een succes, maar groeiden vorig jaar zowel in schaal als in ruimte door tot een merkwaardig tegengewicht voor de elektronische dance-muziek.

Maar het was Kadril zelf die de avond echt opende, versterkt met zanger Thé Lau. De groep bleef de hele avond zo'n beetje het huisorkest voor allerlei gasten. Onder hen Bart Peeters, die de wat te bedaarde podiumprésence van de groep vuur inblies met songs als ,,Poolijs'', en het publiek lekker liet meezingen op ,,Heist-aan-zee''. Laïs was een evidente gast: ,,Kanneke'' en later ,,'t Smidje'' voelden zich perfect thuis in de folkmachine die Kadril is.

Bedaard

Toch kwam de avond zelden echt los. Daarvoor waren de gasten steeds weer te snel verdwenen. En daarvoor is Kadril zelf ook een beetje een te bedaarde groep. Bart Peeters noemde hen de Rolling Stones van de folk, maar je vergelijkt ze beter met The Band. Muzikaal onderlegd, zeer rijk in ervaring en muzikale kleuren, maar tegelijk niet echt spits en stilistisch hoofdzakelijk geworteld in de jaren zeventig. Dat is een kracht - en het is verwonderlijk dat niet meer zangers de groep inhuurden - maar het is voor een Nekka-avond ook een gebrek.

Telkens als een solo-artiest zich bij het orkest voegde, voelde je die trekken aan de machine. Ook Flip Kowlier deed dat, met een interessante ,,mash up'' van zijn eigen rap ,,Investeern in een twad anders'' met ,,Nooit met krijt'' van Kadril zelf. Thé Lau deed dat indrukwekkend, met ,,God van Nederland''. Patrick Riguelle mocht nog eens een oude liefde omarmen toen hij ,,Louise'' zong, nog steeds de hit die Kadril toch had moeten hebben.

Sommige jonge gasten speelden liever hun eigen spel. Het folkgroepje Sois Belle kwam vinnig voor de dag, vooral door zijn goeie harmoniezang. Yevgueni is wellicht een van de interessantste jonge bands van het moment: Klaas Delrue heeft zo'n herkenbare, smachtende stem en de groep laat de Nederlandse taal swingen zonder daar foortruken voor nodig te hebben. Noppes had die wel nodig: ,,Samen'' was expressieve Arabo-Antwaarpse funk, maar ,,Altijd alles en overal'' verzoop in zijn eigen grunge-vertoon.

En dan besloot het eerste deel met wat het hoogtepunt had moeten worden. Honderd dertig doedelzakkers kwamen op voor enkele stukken met ook nog 't Kliekske erbij. Het oogde sensationeel, het was een mooie symbolische uiting van de heropleving van het instrument in Vlaanderen, maar veel voegde het muzikaal niet toe, en in dat grote Sportpaleis was het effect gering.

Het echte hoogtepunt kwam er naar het einde toe, met een prachtige, aanzwellende versie van ,,Rozemarijn'', waarin de hoge Galicische zang van Alumea uittorende boven de melancholische mannenstemmen van Kadril. ,,Ons doorgegeven door Wannes Van de Velde, die er had moeten bij zijn, maar vanavond zelf moest spelen'', klonk het. Kadril op Nekka betekende een fijne avond, een zeer verdiende hommage na dertig jaar muziekmaken.

Nekka -nacht. Gehoord in het Sportpaleis van Antwerpen op 21 april.

Peter Vantyghem

© Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV

24-04-2006, p.

De Rolling Stones van de Vlaamse folk
De hele avond lang waaide eenzelfde positief gevoel door de zaal

Folk l Dertiende Nekka-Nacht viert 30 jaar Kadril HHH

De eerste folkboom ligt drie decennia achter ons. Bij de jongste generatie is new folk echter een heuse hype. Dat de Nekka-Nacht dit jaar aan de Vlaamse folkgroep Kadril opgehangen was, bleek geen aanleiding tot meewarig toekijken. Nee, de "Rolling Stones van de Vlaamse folk" (dixit Bart Peeters) stonden bijna de hele avond op het podium om een rist artiesten uit verschillende culturen weelderig te begeleiden

Folk had tot voor kort de reputatie geliefd te zijn bij figuren die zich voeden met biologisch gestremde geitenkazen en hun muziek op allerlei archaïsche instrumenten met gedroogde dierenvellen botvierden. Wie zaterdag- avond het volgestroomde Antwerpse Sportpaleis bekeek, had moeite om dat karikaturale beeld te geloven, zowel visueel als auditief. Folk heet inmiddels wereldmuziek en Kadril evolueerde van Vlaamse folk naar Europese folkrock om gaandeweg meer en meer invloeden uit andere windstreken op te snuiven.

Ook het publiek groeide mee op, als we toeschouwers als Roger Van Hende (48) mogen geloven: "Ik was hier 30 jaar geleden ook voor Nekka in het Sportpaleis. Toen was het kleinkunst, een beetje rock en folk, maar nu hoor ik evengoed rap en punk. En dat is geen probleem." Het was Nekkalaureaat Noppes die het punketiketje opeiste. Roy Aernouts en zijn band klonken als een Nederlandstalige Absynthe Minded, al speelden ze zo slordig als een ladderzatte koster. De rap kwam van Flip Kowlier en die klikte verrassend mooi met de Kadrilsound. Het liep inderdaad allemaal zo lekker als een meidans: jonge bands als Yevgueni fonkelden, net als de huidige Kadrilzangeres Mariken Boussemaere, de Britse Heather Grabham en de Hongaarse Silvia Bognár tijdens de songs van De andere kust-cd van Kadril.

De eerste massale ambiance kwam los met Bart Peeters, die het platte vermeed door onder meer mondharmonicavirtuoos Steven Debruyn mee te brengen. Ook de madammen van Laïs gingen er bij het publiek in als ouderwetse peperkoek. Ze zagen eruit om zo mee in het huwelijksbootje te stappen, maar klonken vrij en vrank. Aan het einde van het eerste deel verschenen de grijze duiven van 't Kliekske samen met liefst 129 doedelzakken. Toen Kadril zich erbij voegde, klonk de doedelfanfare als echte Keltische rock.

Na de pauze kleurde Nederlands monument Thé Lau mooi met Patrick Riguelle en Laïs. De interactie van Kadril met Alumea was een ander hoogtepunt. Hoe eclectisch de formule op papier ook leek, toch waaide vrijwel de hele avond eenzelfde positief gevoel door de zaal. Wat deze Nekka vooral bewees, was dat het Sportpaleis niet alleen voor zangers van holle, glitterende wereldhits vol bling gevuld raakt, maar evengoed warme waardering kan uiten voor eerlijke muzikanten van bij ons. Gelukkig maar.

WAAR EN WANNEER Sportpaleis, Antwerpen, vrijdag 21 april

Koen De Meester

© Uitgeverij De Morgen NV

23-04-2006, p.41

Kadril meets 't Kliekske meets Kowlier
Nekka Nacht ruilt kleinkunst even voor folk

Van meezingkleinkunst was er op de dertiende Nekka Nacht weinig sprake. Het was al folk wat de klok sloeg, vrijdagavond in het Antwerpse Sportpaleis. De folkrockers van Kadril mochten voor hun dertigste verjaardag hun opzwepende ding doen, daarin bijgestaan door oude getrouwen en jong talent. Een geslaagde Nekka-avond hoeft het niet per se van Vlaamse meebrullers te hebben, zo bleek.

Van de paar Nederlandstalige nieuwlichters op het podium kon vooral Yevgueni bekoren, niet alleen met de cover van de pakkende Kadril-slow Seerlands dale maar vooral ook met de twee eigen radiohits Als ze lacht en Eenzaam met jou. Al kreeg Sois Belle eveneens, vroeger op de avond, de handen op elkaar, met frontman Pieter, broer van Kadrils zangeres Mariken.

Het werd één grote familiereünie op het Nekka-podium want voor de gelegenheid kwamen ook de voormalige Kadril-stemmen Patrick Laatste Showband Riguelle en Eva Blote Liedjes De Roovere nog eens zingen met hun strijdmakkers van weleer. Verder tekende een niet onaardig deel van de Belgische folkfamilie present, zoals Songfestivalsterren Urban Trad en de meisjes van Laïs, ook al een ontdekking van Kadril destijds. Zij lieten met het onvermijdelijke Smidje tijdens de finale de vlam in de pan slaan.

Jong blaasgeweld

Andere hoogtepunten? Bart Peeters en Thé Lau die hun eigen ding deden en niet wat iedereen van hen verwachtte: geen I'm into folk dus en geen Feest van The Scene, ooit door de feestvarkens van de avond nochtans prachtig op plaat gezet. Of presentator Lucas Van den Eynde die met een rommelpot Filip Kowlier aankondigde die op zijn beurt met de mannen van Kadril aan het rappen sloeg.

De Kadrilianen lieten op deze manier zien dat ze vanuit hun folkroots vele genres aankunnen, ook als stevige begeleidingsband. Een Hongaarse zangeres, Galicische muzikanten en dansers: de jubilerende artiesten lieten hen allemaal met evenveel schwung de revue passeren.

Een ode was er tot slot nog aan 't Kliekse, dé gangmakers van de Vlaamse folkboom die met hun veldwerk in de jaren '70 de weg hebben geplaveid voor de huidige generatie. Met maar liefst 129 doedelzakspelers, onder wie heel wat jong blaasgeweld, zorgden zij voor hét kippenvelmoment. Al was het even verkwikkend om na afloop van het concert jong én oud de benen te zien strekken op een heus folky bal.

Volgend jaar keert Nekka na deze muzikale zijstap terug naar zijn kleinkunstroots. Tien jaar na zijn vorige passage is Boudewijn de Groot dan weer te gast.

Peter DE ROP

© Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV

24-04-2006, p.44
Nekka Nacht zonder Vlaamse meebrullers

De dertiende Nekka Nacht heeft de kleinkunst even voor de folk geruild. Kadril mocht voor zijn dertigste verjaardag zijn opzwepende ding doen, bijgestaan door oude getrouwen en jong talent. Vlaamse meebrullers zijn dus niet per se nodig voor een geslaagde Nekka.

Het werd één grote familiereünie in het Antwerpse Sportpaleis. De voormalige Kadril-stemmen Patrick Laatste Showband Riguelle en Eva Blote Liedjes De Roovere kwamen nog eens zingen met hun strijdmakkers van weleer. Verder tekende een niet onaardig deel van de Belgische folkfamilie present, zoals Urban Trad en Laïs, ook al een ontdekking van Kadril destijds. Zij lieten met Smidje de vlam in de pan slaan.

Bart Peeters en Thé Lau die hun eigen ding deden en niet wat iedereen van hen verwachtte, waren ook een hoogtepunt. Of presentator Lucas Van den Eynde die met een rommelpot Filip Kowlier aankondigde die op zijn beurt met de mannen van Kadril aan het rappen sloeg. De Kadrilianen lieten op deze manier zien dat ze vanuit hun folkroots vele genres aankunnen.

Een ode was er tot slot nog aan 't Kliekse. Met liefst 129 doedelzakspelerszorgden zij voor hét kippenvelmoment. Volgend jaar keert Nekka terug naar zijn kleinkunstroots. Na tien jaar is Boudewijn de Groot dan weer te gast. (PDA)

© Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV

22-04-2006, p.22
Nekka groot folkfeest met Bart Peeters

Veel volk voor folk gisteravond in het Sportpaleis. In de Antwerpse concerttempel werd voor de dertiende keer Nekka-Nacht gehouden, met Kadril (foto) als centrale gast. De Vlaamse folkgroep viert zijn 30ste verjaardag en bracht voor de gelegenheid ex-zangers Patrick Riguelle (De Laatste Show-band) en Eva De Roovere mee het podium op. De meisjes van Laïs en de jolige bende van Urban Trad zorgden voor nog meer 'schoon folk'. Kadril had ook vrienden uit andere muzikale families uitgenodigd, zoals Thé Lau, Flip Kowlier en Bart Peeters. Als grote nieuwigheid werd het middenplein na het Nekka-concert omgevormd tot één grote dansvloer. Geen techno in het Sportpaleis dit keer, maar het 'grootste Boombal van Vlaanderen' ofte polka's, bourrées en jigs tot in de vroege uurtjes. (WWW) Foto PN

Wim WILRI

© Aurex NV

24-04-2006, p.90
Veel volk voor folk
ANTWERPEN - Slechts enkele zitjes waren nog onbezet op de dertiende Nekka-Nacht die vrijdag plaatsvond in het Sportpaleis. Die stond helemaal in het teken van Kadril, de folkformatie die in die prestigieuze plek zijn dertigste verjaardag mocht vieren. Kadril had veel mooi volk uitgenodigd voor zijn feestje, wat verrassende acts opleverde.

Kadril laat zijn gasten triomferen

In 1976, op het moment dat punk ontstond, richtten Erwin, Peter en Harlind Libbrecht de oer-versie van Kadril op. Kadril is altijd blijven bestaan, maar herschiep zichzelf geregeld. In 1994 brachten ze bijvoorbeeld de eerste Vlaamse folk-rock plaat uit. Zanger Patrick Riguelle verdween, Eva De Roovere kwam en ging op haar beurt haar eigen weg uit. Nu is Mariken Boussemaere de frontvrouw van Kadril. Ze is een leuke meid met een stem die herinnert aan Elisabeth Fraser van Cocteau Twins. Kadril is altijd blijven evolueren. En dat zie je ook aan het publiek. Rond het podium stonden geen vijftigers met baarden, maar keurig gekapte twintigers en dertigers.

Kadril heeft verschillende invloeden geïntegreerd en dus werden voor de dertiende Nekka-nacht een heleboel gasten uitgenodigd om mee op het podium te staan. Dat is niet altijd een recept voor succes. De Nederlandse rocker Thé Lau mocht samen met Mariken Boussemaere het publiek welkom heten met het toepasselijke getitelde Wees Welkom. Die combinatie was meteen de minst geslaagde van de avond. Thé Lau heeft meer bombast en pathos in zijn linkerpink dan alle leden van Kadril te samen. Die bombast is nauwelijks te verzoenen met de puurheid van volksmuziek. Geef ons dan maar de prachtige, doordringende stem van de uit Boedapest afkomstige Szilvia die alleen en a capella het Sportpaleis naar zich liet luisteren.

Volksmuziek is niet saai. Er ging een schokgolf door de zaal toen Noppes op kwam. Noppes, opgebouwd rond acteur, theatermaker en zanger Roy Aernouts, speelde een thuismatch in het Sportpaleis, maar bracht twee nieuwe nummers. Noppes toonde zich van zijn meest ruige kant. In Altijd alles en overal toverde Tom Tiest een Robert Fripp-achtig geluidstapijt uit zijn gitaar. Volksmuziek die punk wordt? Je moet het aandurven.

Doedelzakken

Voor het eerste echte publiekssucces was het wachten op Bart Peeters. Hij had de geniale mondharmonica-speler Steven De Bruyn van The Rhythm Junks, uitgenodigd om zijn nieuwe nummer Hond op het Sportpaleis los te laten. Kippenvel was er ook toen de dames van Laïs mee op het podium kwamen.

Kadril werd opgericht op het moment dat 't Kliekske volksmuziek weer onder de aandacht bracht. 't Kliekske was dan ook een logische afsluiter van het eerste deel. En het was een bepaald surrealistische finale. De mannen van 't Kliekse brachten namelijk nog 129 doedelzakspelers mee op het podium. Het optreden deed ons alleszins denken aan een adagium uit de muziekwereld: een gentleman is iemand die doedelzak kan spelen, maar het niet doet.

Was het eerste deel van de avond vooral gericht op luistermuziek, het tweede deed de benen bewegen. Het begon met een fantastische opener van Urban Trad. De formatie rond Yves Barbieux pakte niet uit met Sanomi, het nummer waarmee ze in 2003 tweede werden op het Eurovisiesongfestival, maar wel met de opzwepende nieuwe single Diama Dén.

Flip Kowlier durft alles aan. Hij verbaasde de zaal met een bijna gesproken versie van Willem, een lied geschreven door een Radio1-luisterares in het kader van de wedstrijd Een nieuw lied.

Kadril had echter het beste voor het laatste gehouden. Eva De Roovere, ex-frontvrouw van Kadril, is met haar intimistische, pikante liederen haar eigen weg gegaan. Ze was even terug. Notenkraken, dat ze samen met Kadril en de Galicische groep Alumea bracht, ging niet over het oppeuzelen van vruchten. Rooie oortjes alom. Kadril bracht ten slotte ook nog hulde aan een andere klinkende naam uit de volksmuziek. Muineira de Camposa, helemaal op het einde van het meer dan drie uur durend muziekfeest dat deze Nekka-Nacht was, werd opgedragen aan Wannes Van De Velde.

Peter HAEX

© De Vlijt NV

24-04-2006, p.23
Cd ,,Een nieuw lied''

BRUSSEL.

Op de Nekka-nacht stelde radio 1 de cd Een Nieuw Lied voor. Dat is een compilatie van de liedjeswedstrijd die de radiozender al vijf jaar organiseert. Elk jaar mogen mensen eigen geschreven teksten insturen, waaruit drie winnaars gekozen worden. Die teksten worden dan door Vlaamse componisten tot een song verwerkt.

In het tweede deel van de avond stelde Annemie Peeters de winnaars van dit jaar voor, en meteen werden ook de nieuwe songs uitgevoerd. Dat zijn ,,Het hellend vlak van Ronquières'', een stukje levenswijsheid op muziek gezet door Thé Lau; ,,Achterblijver'', over het verdriet van iemand wiens geliefde sterft, op muziek gezet door Kadril; en ,,Willem'', een liedje over een baby, uitgewerkt door Flip Kowlier.

De cd ligt nu in de winkel. Hij bevat verder ook songs van Eva De Roovere & Gerry De Mol, Pieter Embrechts, Dirk Blanchart, Ronny Mosuse, Rick de Leeuw, Jan De Smet, Gorki, Stef Bos, Kris Wauters, Wigbert, Laïs en Bart Peeters.

Cd verkrijgbaar via EMI.

© Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV

 

Persarchief

Aendrik op 05/03/2005 op www.folkroddels.be

Zo’n twee jaar na ‘PAYS’ en amper één jaar na het schitterende ‘LA PALOMA NEGRA’, brengt KADRIL weer een ongewoon interessante cd uit. ‘DE ANDERE KUST’ is net als ‘LA PALOMA NEGRA’ een project met buitenlandse artiesten, en deze keer wordt de band aangehaald tussen Vlaanderen en Amerika. Vanuit Antwerpen vertrokken tussen 1850 en 1930 duizenden Europese emigranten met de fameuze ‘Red Star Line’ naar Amerika. Op de schepen was een smeltkroes van nationaliteiten terug te vinden, en ieder had zo zijn reden om de reis te maken. Het is die sfeer die KADRIL, samen met drie schitterende zangeressen, op cd probeert te zetten. En ze zijn daarin behoorlijk geslaagd.

Het afgelopen jaar was er veel rond Kadril te doen. Er was de langverwachte verschijning van de cd ‘La Paloma Negra’, en niet lang daarna de aankondiging van Eva’s vertrek bij de groep. Daarna volgden de audities voor een nieuwe zangeres, die door folkroddels nauwlettend in het oog werden gehouden. (art. 3197) Ondertussen deed Eva haar laatste optredens met Kadril (art. 5037), en in de zomer werd Patrick Riguelle er voor de gelegenheid terug bijgehaald, zonder zijn door Marc Uytterhoeven onderschatte LAATSTE SHOW BAND natuurlijk (art 3893). In oktober werd de naam van de nieuwe zangeres bekendgemaakt: Mariken Boussemaere (interview: art 6847). Na enkele kennismakingen met het publiek bleek algauw dat Mariken de geschikte zangeres zou zijn voor ‘DE ANDERE KUST’. Voor dit project werd ook beroep gedaan op de Engelse Heather Grabham en de Hongaarse Silvia Bognár, twee zangeressen die elk de zangstijl van hun roots beheersen. 

De cd begint met een hoogtepunt. ‘A fényes nap’ (een afkoring van ‘A fényes nap immár elnyugodott…’), gezongen door Silvia Bognár en door een eenzame draailier begeleid, maakt een perfecte overgang naar ‘De gespeelkens’, waarin we de stem van Mariken te horen krijgen. ‘De gespeelkens’ was nog één van de Oud-Nederlandse klassiekers die in het repertorium van Kadril ontbrak. Niet alleen is de opbouw zo goed, ook de muzikale begeleiding is uitstekend. Met haar versie van ‘De gespeelkens’ zet Mariken Boussemaere zich in één klap op de folkkaart tussen Soetkin Collier en Eva de Roovere. Kadril heeft duidelijk niet achter het net gevist.

In het derde nummer pakt Heather Grabham met ‘The New York trader’ uit. Deze roodharige Engelse voelt zich blijkbaar heel goed met de Kadrilband om zich heen, en ze legt ook het nodige vuur en enthousiasme in het nummer. Alsof ze zelf één van die angstige matrozen was die hun onzuivere kapitein overboord gooiden, omdat ze dachten dat de Atlantische storm het op hem gemunt had. Stinus geeft op folkspot.be een mooie omschrijving van haar stem “een kruising tussen het grillige van Kate Bush, het zoetgevooisde van Kate Rusby en het eigenzinnige van Heather zelf”. 

Silvia Bognár laat ons in nummers als ‘Elment az én rózsám’ en ‘Mikor a szoroson’ proeven van die prachtige Hongaarse zangtraditie. Als geen ander laat ze met het gevoel in haar stem de hartzeer voelen die vaak met het vertrek naar de andere kust gepaard ging. Haar bijdrage levert echt een gevoelige meerwaarde. 

Een plezierreisje was het vertrek naar die andere kust niet. Ook Mariken en Heather dragen in de gevoelswaarde van de plaat hun steentje bij. Het droevige aspect van de vlucht naar Amerika (of ‘Ameriky’) klinkt door in de nummers ‘Treurig lied’, ‘De scheiding’ en ‘The Americans have stolen my true love away’, waarvan de titels alleen al genoeg zeggen. Ook het themalied, getiteld ‘De andere kust’, vertelt een oversteekverhaal met een minder goede afloop. Knap is de bewerking van ‘The dreadnough’, waarin Heather zingt over één van die Atlantische schepen, op de tonen van ‘Het schippersalfabet’. 

De doordachte bewerkingen en het juiste gebruik van het instrumentarium waarover KADRIL beschikt, zorgen voor het onmisbare geluid dat ‘De andere kust’ heeft. Naast hun gewone instrumentarium (doedelzak, draailier, accordeon, mandoline, viool, bas, gitaren, drums…), horen we enkele andere geluiden die we minder van hen gewoon zijn: de banjo van Dirk Verhegge, Erwin Libbrecht die de koboz bespeelt (een luitachtig instrument) en Hans Quaghebuer die met een kaval (een soort fluit) voor een Oost-Europese tint zorgt. Wat Bart De Cock buiten de doedelzak en nyckelharpa nog met de knotwilg doet is voorlopig nog een vraagteken, maar het is ongetwijfeld een goede vraag voor één of andere folkquiz.

In de levendige Hongaarse nummers ‘Túl a vizen – ördög söre’ en ‘Ludasim, pajtásim…’ bewijst de groep dat ze er echt wat van kan. Na het leuke, bijna kinderlijke ‘De lutine’ (over een schoon schip dat vergaat), krijgen we de bekende scottisch ‘Le canal en Octobre’ van Frédéric Paris te horen, in typische Kadrilvorm gegoten. 

De laatste vier nummers van de in totaal negentien nummers doorbreken een beetje de eenheid van de cd. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de livewaarde van het project. Gone to America van Steeleye Span, staat heel goed op cd, maar ‘Kecskes’ en ‘Cluck old hen- Whiskey before breakfast’ die live ongetwijfeld voor ambiance zorgen, zijn op cd naar mijn mening minder geslaagd. Of ze passen misschien toch minder bij het geheel. 

Een luisteraar die het programma niet live heeft gezien, slikt ongetwijfeld wel even wanneer plots de Koninklijke Harmonieën van Boezinge en Elverdinge vrolijk door de boxen klinken. Vervolgens zet Erik Wille, gesteund door zowel de vrouwelijke als mannelijke stemmen van Kadril, met veel overtuiging ‘Amerika is een schoon land’ in. Op de Red Star Line waren geen elektrische gitaren en waarschijnlijk ook geen draailieren, waardoor het nummer nog historisch onderbouwd is ook. En wie had ooit gedacht dat ons oma ooit nog met KADRIL zou meezingen? Een hilarisch happy end dus, maar ik heb het nummer toch niet opgenomen in de programmatie van mijn cd-speler.

Met ‘DE ANDERE KUST’ bewijst KADRIL opnieuw dat ze één van de meest veelzijdige folkgroepen is van Europa. Heather Grabham, Szilvia Bognár en Mariken Boussemaere zorgen samen met de groep voor enkele muzikale pareltjes. De cd is inderdaad veel kalmer dan we van hen gewoon zijn, maar net als ‘LA PALOMA NEGRA’ is ook dit project enorm boeiend en aangrijpend. De eerste, vrij korte reeks voorstellingen is spijtig genoeg al voorbij (Kadril is intussen bezig aan het volgende programma), en voor wie het gezelschap live wil zien is het wachten tot de volgende serie. Maar de aanschaf van de cd, trouwens prachtig opgenomen, is ongetwijfeld een goede tegemoetkoming. De cd beschikt over een stijlvolle lay-out die niet zal misstaan in menig cd-rek, en is voorzien van een zwart dobbelsteentje, handmatig ingebracht door ALEA. 

Stinus op www.folkspot.be

"...Zangeres Mariken voelde zich duidelijk in haar sas op het podium en nam de meeste bindteksten voor haar rekening. Haar aangename stem (al eens aan een radiocarrière gedacht?) maakte dat je helemaal mee was met het boeiende verhaal. Mariken vertelde honderduit over verloren liefdes, schrijnende afscheidstaferelen, de Red Star Line, barre tijden en af en toe ook wat plezier met een streepje muziek en een dansje. Ook vocaal trekt Mariken zich uitstekend uit de slag, met bijvoorbeeld het themanummer De andere kust, het euh... treurige Treurig lied en De scheiding."

Assie Aukes op www.folkforum.nl"

...In The New York trader combineert Heather Grabham's stem perfect met Mariken Boussemaere die op haar beurt weer schittert in melancholieke Vlaamse liederen als De scheiding, Treurig lied en het wrange titellied De andere kust, het verhaal over een man die bij een schipbreuk zijn familie verdronken waant en van verdriet maar priester wordt. Vele ellendige jaren later komt hij zijn eigen vrouw weer tegen..."
"...Aan de nieuwe zangeres Mariken Boussemaere zal de groep veel plezier beleven. Nu al trekt ze tijdens de concerten rond dit project op een zeer ongedwongen wijze een groot deel van de presentatie naar zich toe. Ook goed nieuws voor de folk-rockers onder ons: uit ingewijde bronnen heb ik vernomen dat de kans dat Kadril met Mariken weer meer gaat rocken zeer groot kan zijn..."

Hun album Eva uit 1999 markeerde het vertrek van frontman Patrick Riguelle en de komst van zangeres/klarinettiste Eva De Roovere. Kadril blijft zich vernieuwen.`In haar ruim 25-jarig bestaan heeft de Vlaamse folkband een volstrekt eigen idioom ontwikkeld. Een mengeling van zelfgeschreven liedjes, bewerkte oeroude traditionals.

Dit lijkt archaïsch maar bij Kadril gaan traditie en vernieuwing hand in hand. De negenkoppige groep inegreert legio stijlelementen uit andere genres en beschikt daarbij over een indrukwekkend instrumentarium, variërend van elektrische doedelzak tot nyckelharpa en draailier tot vijfsnarige banjo. Ondanks deze overdaad klinkt het geheel doorgaans ingetogen en sober. Niet in de laatste plaats door de inventief in elkaar vervlochten arrangementen. Het Belgische gezelschap staat niet voor niets te boek als de ontdekker van Laïs en instigator van de folkrevival bij onze zuiderburen. Met het van eruditie en gevoel voor verfijning getuigende Pays onderstreept deze veteranenband anno 2003 vooral haar eigen bestaansrecht nog eens extra.
Marcel Haerkens, OOR

Kadril mag dan niet het meest bekende folkgezelschap zijn, het is waarschijnlij wel het meest vooraanstaande. De eerste LP verscheen al in 1986 en sindsdien hebben deze Vlamingen een grote reputatie opgebouwd. De titel van het nieuwe album betekent rust en/of vrede en komt uit het oude Kerelslied: "Dan geeft zij hem veel kwader vloeken als haar de kerel genaakt dan geeft hij haar van de lijfkoeke dan is de pays gemaakt.". Pays is een modern traditionele plaat, die muzikaal vergelijkbaar is met het werk van Laïs (niet zo verwonderlijk gezien het feit dat een aantal leden van Kadril prominente rollen op de platen van de drie jongedames vervullen), maar wel bedachtzamer en meer ingetogen klinkt. Het songmateriaal is van zeer hoog niveau, de balans tussen ballades en vrolijke dansliedjes is goed afgewogen, en de stem van Eva De Roovere bijzonder fraai. Ongetwijfeld een van de belangrijkste folkreleases van dit jaar.
MVR, PLATOMANIA
Het Vlaamse folkrock gezelschap Kadril bestaat inmiddels 25 jaar, maar gaat nog altijd onvermoeibaar door met het uitbrengen van nieuwe platen. En die worden er bepaald niet minder op, want Kadril weet nog steeds heel creatief om te springen met dit genre. (...)
De keuze van dit repertoire getuigt van visie en krijgt vooral door de inbreng van de 'nieuwe' zangeres Eva De Roovere een meerwaarde. Als Pays iets duidelijk maakt dan is het wel dat Kadril nog lang niet aan het eind van z'n muzikale latijn is.
Harry de Jong, HEERENVEENSE COURANT
(...)
Muziek en zang van hoogstaande kwaliteit, waarvoor je echt moet gaan zitten om er ongestoord van te kunnen genieten. 'Pays', de titel, wordt peis uitgesproken, het betekent rust en vrede in het 'middelnederlands' en het is taalkundig verwant aan het Engelse 'peace' en het Franse 'paix' Actueler kan een titel niet zijn...
Plannen zijn er genoeg. Kadril, een groep die al zo'n 20 jaar actief is, komt dit jaar mogelijk nog met een dubbel-CD waarin Kadril een verbond aangaat met muzikanten uit Gallicië, op zoek naar de sporen van de Spaanse muziek in onze lage landen.
Vooralsnog genieten wij van 'pays'...
Hans van Dam, COUNTRY GAZETTE
Middeleeuwse volksmuziek is in Vlaanderen aan een nieuw leven begonnen met groepen als Laïs en Kadril. Jong publiek meldt zich bij workshops en festivals van Dranouter en Gent. Het is moderne, dansbare muziek geworden.
Net als jaren gelden bij Fairport Convention doet de toevoeging van rock wonderen. Als we de vergelijking doorzetten, is Kadril-zangeres Eva De Roovere de Vlaamse Sandy Denny. (...)
Het album is een ode aan verfijnde erotiek, met eigen teksten en gedichten van François Villon en Piet Paaltjes.
Patrick van den Hanenberg, DE VOLKSKRANT
PAYS ****
(...)Als tijdloos in de folk betekent dat er virtuele bruggen tussen lang, lang geleden en heden ten dage worden geslagen, dan is Kadril bij Pays in het opzet geslaagd. De muziek schuift de mist der tijden opzij. (...) Een indrukwekkend album.
Theo Hakkert, TUBANTIA
De groep doet het op het recente album wat rustiger aan en schept daarmee ruimte voor de omfloerste zang van Eva De Roovere. Pays is een geslaagde poging de bakens van de folk te verzetten in de richting van het betere Nederlandstalige lied. Dat resulteert in schitterends melancholische liedjes als Martelen, Meditatie en Zoals ik eenmaal beminde. (...) Het sterke instrumentale Bea's Farewell to Brussels en de uitgekiende begeleiding (viool, draailier, doedelzak, gitaar, drums en bas) zijn de laatste argumenten die een aanschaf van deze Kadril rechtvaardigen.
Benti Banach, LIMBURGS DAGBLAD
AAAA
Soms hoor je een liedje dat je meteen grijpt. Ik had dat met Meditatie Over een Voorbije Jeugd van de Vlaamse folkgroep Kadril. De melacholieke tekst, een vertaald gedicht van Fransman François Villon, raakt in het hart en de melodie is zeldzaam fraai. Zo worden ze maar zelden gemaakt!
Pays bewijst dat de groep nog springlevend is. Ook na zoveel jaar is het nog altijd mogelijk mooie liedjes op te duiken uit repertoria, of binnen dat idioom nieuwe songs te schrijven. Met een rijk instrumentarium (o.a accordeon, doedelzak en draailier) kleedt Kadril haar traditionals en composities kleurrijk aan. Het grote winstpunt op Pays is de nieuwe zangeres Eva De Roovere. Ze heeft een warm en aansprekend stemgeluid, dat het soms wat archaïsche songmateriaal volstrekt geloofwaardig doet klinken.
Frans Elshout, ALOHA
Kadril is zonder meer de belangrijkste Vlaamse folkgroep van de voorbije decennia. De groep hielp de folk te overleven door er rock aan toe te voegen en onverstoorbaar door te gaan terwijl iedereen het genre dood waande.
Daarna hielpen de muzikanten Laïs in het zadel. Nu folk weer populair is, kan Kadril een plaat maken die niet meer moet werven, maar een trouw publiek iets eigenzinnigs kan bieden.
Pays is een belangrijke plaat voor Vlaanderen.
(...) voldoende creatief en met zoveel ervaring gemaakt dat de nasmaak rijp, zoet en vol weelderig aroma is.
**** Peter Vantyghem, De Standaard
Pas nu met Pays heeft Kadril écht een nieuw elan gevonden.
De plaat is een delicatesse.
*** Peter Van Dyck, Knack
Dat traditie eigentijds kan klinken, bewijst de Vlaamse topfolkgroep al jaren. De verdienste van Kadril is dat groep zich daarbij nooit laat verleiden tot goedkope soundgimmicks en die puurheid doen ze ook op dit nieuwe album gestand. Twaalf prima tracks op rij zijn dit , perfect uitgebalanceerd, zowel inhoudelijk als muzikaal boeiend van begin tot eind en in een geluidsmix die zowel subtiliteit als maturiteit verraadt.
Kadril kan daarenboven bogen op sterke vocalen, niet enkel in de persoon van Eva De Roovere, ook in de achtergrondstemmen en zelfs in een aanstekelijk a-capellanummer. Ook muziekliefhebbers die geen echte folkies zijn, zullen dit stijlvolle en vooral muzikaal zo rijke album kunnen smaken.
Dag Allemaal
Kadril transformeert archaïsche Vlaamse tunes in hedendaagse folkrock en gaat daarin verder dan Laïs. De groep grossiert in bezwerend hurdy-gurdy-trance, weemoedige ballades en obscure nyckelharpa-rock à la Hedningarna. Zangeres Eva De Roovere is de nieuwe troef en vertolkt stokoude teksten, zoals het pornolied 'Noten Kraken' uit 1651: Zij wil wat anders smaken, die meid wil noten kraken. Om de minne van de smeer likt de kat de kandeleer.
Dieter van den Bergh, Oor, Nederland
In de ontwikkeling van Kadril van tamelijk traditionele folkgroep naar eigentijdse folkrockband was de aanwezigheid van Patrick Riguelle, die zanger was op de cd's 'Nooit met Krijt' en 'de Groote Boodschap', van tamelijk groot belang. Hij verliet de groep echter weer. Daarop ging Kadril in zee met zangeres/klarinettiste Eva De Roovere. Wie had verwacht dat daarmee het rockelement weer naar de achtergrond zou worden verdrongen, heeft het mis.
''Eva' bevat een elftal nummers , waarvan een opvallend aantal instrumentale: vijf stuks. Drie daarvan zijn achtiende-eeuws, een (heel sterke) werd geschreven door Kadril-gitarist Erwin Libbrecht en een is van de hand van de jonge veelbelovende gitarist Bert Van Reeth.
De milde , lieflijke zang van Eva De Roovere gedijt wonderbaarlijk goed in het folkrockbedje. Het resultaat is krachtig en rustgevend tegelijk.
Er is wederom een nieuwe bassist te horen: Koen De Waele klinkt strak en produceert een mooi rond geluid.
Ondanks het feit dat Kadril momenteel geen vaste slagwerker heeft, vormen de ritmepatronen een hoofdrol op de onderhavige cd. Met percussie, drums en electronica wordt een stevige basis neergelegd.
De mooiste liederen zijn de opener 'Nachtvrijage' en het smachtende 'Silvia'. Het draailierspel van Hans Quaghebeur is wederom onovertroffen en ook de doedelzak van Bart De Cock trekt de aandacht.
Kadril heeft weer een forse stap gezet in z'n carrière. De Vlaamse top.
Hans van Deelen, New Folk Sounds, Nederland
Quel plaisir de découvrir ce groupe!
Le niveau atteint frise la perfection. C'est l' harmonie qui transpire littéralement de chaque titre de l'album.
Un exercise de séduction qui va laisser des marques indélébiles dans notre programmation.
Ce ne sont pas nos auditeurs qui risquent de s' en plaindre.
Daniel Haas, Radio Celtic FM, Bénodet, France
Kadril was een van de eerste Vlaamse folkgroepen die het genre wist open te breken en met deze cd bevestigt Kadril zijn voortrekkersrol. 'Eva' staat vol uitstekende liedjes met niet enkel Vlaamse, maar breder, Europese traditionele wortels en een sound die refereert aan hedendaagse populaire muziek. Kadril komt tot een wonderlijke mix tussen verleden en heden en die synthese stoffeert de liedjes tot geloofwaardige verhalen van vlees en bloed, vertellingen die misschien wel tweehonderd jaar geleden werden genoteerd, maar emotioneel nog altijd even waar zijn. De nieuwe vocaliste Eva De Roovere zingt met pakkende overgave. Dikke aanrader die het strikte folkgenre overstijgt.
Dominique Trachet, Dag Allemaal
De nieuwste van Kadril heet 'Eva' en precies waarom kan niet duidelijker aangetoond zijn dan door de vocale toevoeging van Eva De Roovere. Zij zorgt voor de meerdere schep eigentijdsheid en helpt Kadril naar een nieuwe harmonie van traditionele folk en zijn modernere broertje. Nog steeds met een door elkaar gebruiken van doedelzak en draailier naast electrische gitaar en bas gaat de groep voor de harmonie tussen twee tijdsspannen. Eva hecht de twee elementen samen met een stem om u en dank u tegen te zeggen.
De Gentenaar
'Het Whaw-gevoel van Eva'
De single 'Van Boord' - al regelmatig te horen op de radio - staat voor het stevige geluid van Kadril anno '99. "Oude" instrumenten als doedelzak, draailier en accordeon blijven de klankkleur bepalen, maar de inkleding van de nummers wordt steeds moderner.
Veel meer nog dan de vorige Kadril-schijven klinkt de jongste boreling van Vlaanderens folkrockgroep bij uitstek heel gevarieerd. Rustige ballades wisselen af met aanstekelijke instrumentale dansnummers: nu eens heel traditioneel uitgewerkt - zoals met de trommeltjes van de Gilles van Binche en de klarinet van Eva die 'La fin de Carneval' inluiden - en dan weer heel eigentijds met drumcomputer en snerpende gitaren. Of klassiek aandoend zoals in 'Chansonette', een stuk voor doedelzak dat niet zou misstaan op het programma van een symfonieorkest.
Peter De Rop, Het Nieuwsblad
'Het is tijd voor Kadril'
De cd klinkt verzorgd en het bijhorende boekje oogt luxueus, met mooie foto's van elk groepslid, ook Engelse commentaar bij de songteksten en ruime informatie. Dit is duidelijk: de vijfde van Kadril wil de wereld zien.
...dat is dan het nieuwe Kadril: elf stukken, verdeeld in vijf instrumentals en zes songs. Folkrock als basis, electronische toevoeging als bescheiden verbreding, een strijkkwartet op 'Mezelve Niet' als vreemde eend in de bijt, en de gerechtvaardigde hoop op een groter publiek als motor.
Peter Vantyghem, De Standaard
Kadril play traditional Belgian and Flemish Folk Music rocking it up with an electric rhythm section. 'Live' captures their live show and a powerful warm sound it is too. 'Bourree a Le Tron' and 'Bourree La belle inconnue' resemble a Flemish Albion Band in sound and texture. Reggaer rhytms frame 'De Verloren Zoon' in mock Jamaican mode while 'Springdans' glides along on waves of hurdy-gurdy, pipes and fiddle in a Breton/Flemish crossover. Kadril play Flemish folkrock with style, flair and conviction.
John O'Regan, Rock 'n Reel
Pakweg tien jaar geleden dook er dan een nieuwe revelatie op. Folkgroep Kadril koos resoluut voor de folkrock en kon daarbij op steun rekenen van rocker Patrick Riguelle. In hun handen kregen Vlaamse traditionals een stevige beurt en meteen had folk opnieuw wat street credibility bij het jonge volk. Kadril speelde de voorbije jaren trouwens een sleutelrol in de heropleving van de folk.
Chris Delarivière
...de enige echte folkrockband van dit land.
Kadril bewees reeds eerder de link te kunnen leggen tussen traditionele (Vlaamse)muziek en hedendaagse klanken. Kadril staat voor gedevenheid, voor in dit genre al te dikwijls verwaarloosde energie, voor muzikaal plezier.
Dominique Trachet
Winterfolk '99: In de grote zaal zorgde Kadril voor het bruisende hoogtepunt. De folkrockband geldt als de initiator van deze revival en stelde zijn nieuwe zangeres Eva De Roovere voor. Een potentieel podiumbeest, die Eva. Sterke stem, hele soepele podiumprésence, sex-appeal.
Peter Vantyghem
Belgium's longest running folk-rock band , Kadril started out as an acoustic quartet. 'Kadril', originally released in 1986, perfectly captures their enthusiasm and dedication to Flemish traditional music. A rich blend of pipes, fiddle, dulcimer, mandolin, guitar and hurdy-gurdy create a powerful yet sensitive instrumental sound on 'Menuet a Quater' and 'Contredans Nr 106'.
The influence of Rum can be felt vocally on 'Het Hedendaagse Leven Der Liedzangers', with Peter, Erwin's and Harlind Libbrecht's strong muscular vocals featuring prominently. An all acoustic album, 'Kadril' weaves it's spell in a manner not dissimilar to early Malicorne , with dashes of La Bamboche . A fresh, lively and inventive debut, 'Kadril' hinted at greater things to come.
'De Vogel In De Muite' captures the band four years later on, in 1990, still mainly acoustic but with subtle blasts of electricity. 'De Gedachten' offers a restrained baroque-like opening, while 'Hilde's Wals' is a graceful flowing instrumental with subtle flute and pipes adding lush, melodic cadenses. The Libbrecht brothers' vocals excel on 'Bedelaarslied' , with Dirk Verhegge's electric guitar purring beneath.
Kadril made their first folk-rock foreys on the title track, signalling Kadril's arrival at a unique sound - parts medieval, traditional and folk-rock. A modern day Belgian folk legend, Kadril's music is rich, lively and full of character.
John O'Regan, Rock 'n Reel